Functio.
Module 4 — De 6 factoren begrijpen
Module 4 van 9

De 6 factoren begrijpen

De functieschaal is geen gevoel — het is een berekening. In deze module leer je hoe de 6 factoren werken, wat ze meten en wat er gebeurt als je een RA-niveau aanpast.

ca. 10 minuten
interactieve factortabel

Wat leer je?

  • Hoe de berekening van schaal naar score werkt
  • Wat de 5 inhoudelijke factoren en scope meten
  • Hoe niveaus eruitzien in de app en welke factorscores erbij horen
  • Wat één niveauwijziging doet met de totaalscore en schaal
De berekening

Van input naar functieschaal

De schaal is het eindresultaat van een reeks keuzes. Elke stap bouwt voort op de vorige.

1
Input over de functie
Functietitel, context en rapportagelijn — de basis waarop de AI werkt.
2
Roltypering
Hoe werkt de functie? Bepaalt welke RA’s de AI als eerste voorstelt.
3
Scope
Voor welk bereik is de functie verantwoordelijk? Weegt mee via de scopedimensie.
4
AI stelt passende RA’s voor
Op basis van roltypering en context selecteert de AI resultaatgebieden en niveaus.
5
Jij past RA’s aan waar nodig Module 5
Kies per RA het niveau dat past bij hoe de functie is ingericht.
6
Factorscores liggen vast per niveau
K · A · P · C · I worden automatisch bepaald op basis van het gekozen niveau.
7
Totaalscore → Functieschaal
Alle RA’s bij elkaar opgeteld — de totaalscore bepaalt de functieschaal.

Je voert geen factorscores in. Je kiest een RA-niveau — de scores volgen automatisch. 3 tot 6 RA’s samen bepalen de totaalscore en daarmee de schaal.

Het aanpassen van RA’s wordt stap voor stap behandeld in Module 5. In deze module gaat het om begrijpen hoe de factoren werken.

De factoren

Wat meet elke factor?

K
Kennis
De kennis en ervaring die nodig is om de functie goed uit te voeren.
A
Autonomie
De mate van zelfstandig beslissingen nemen en prioriteiten bepalen.
P
Probleemoplossend vermogen
De mate van zelfstandig oplossingen bedenken voor nieuwe of ingewikkelde problemen.
C
Complexiteit
De mate van werken in een omgeving met veranderende en samenhangende factoren.
I
Impact
De mate van invloed op resultaten, mensen en de richting van de organisatie.
S
Scope
Het omvangsgebied van de functie. Schaal 0–10 (overige factoren 0–5).

Impact vs. Scope: impact meet de reikwijdte van invloed van beslissingen — van eigen uitvoering tot strategische koers. Scope meet het omvangsgebied van de functie — hoe groot het bereik is waarvoor de functie verantwoordelijk is. Ze hangen samen maar meten iets anders.

In de app

Het RA-niveau-scherm

Als je een RA aanpast in het bewerk-scherm, zie je per niveau de omschrijving en de bijbehorende factorscores. Onderin verschijnt direct de totaalscore en de resulterende schaal.

RA niveau scherm Basis professional geselecteerd, schaal G/13
RA “IT-infrastructuurbeheer” — Basis professional geselecteerd (L4). Factorscores: K=2.5 A=1 P=1.5 C=2.25 I=0. Totaalscore: 9.3 pt → Schaal G/13.
RA niveau scherm Zelfstandig professional geselecteerd, schaal H/14
Zelfde RA, nu Zelfstandig professional (L5). Factorscores: K=2.5 A=2 P=2 C=2.25 I=0.5. Totaalscore: 9.6 pt → Schaal H/14.

Wat je ziet onderin: de totaalscore (in punten) en de functieschaal worden live herberekend zodra je een niveau wijzigt. Je ziet direct het effect van je keuze.

Effect van een keuze

Eén niveau hoger = andere schaal

Hieronder zie je dezelfde functie (Systeembeheerder 2), met hetzelfde RA (IT-infrastructuurbeheer), maar een ander niveau. Het enige wat verandert zijn de factorscores van dat RA — de rest blijft gelijk.

Basis professional · L4

K — Kennis2.5
A — Autonomie1.0
P — Probleemoplossend1.5
C — Complexiteit2.25
I — Impact0
Totaal · Schaal
G/13
9.3 punten

Zelfstandig professional · L5

K — Kennis2.5
A — Autonomie2.0 ↑
P — Probleemoplossend2.0 ↑
C — Complexiteit2.25
I — Impact0.5 ↑
Totaal · Schaal
H/14
9.6 punten (+0.3)
A, P en I stijgen — K en C blijven gelijk — totaal +0.3 pt — schaal een stap omhoog

Kies het niveau dat past bij hoe de functie is ingericht en wat je van de functie verwacht. Niet wat een specifieke medewerker toevallig goed kan of gewend is te doen — dat gaat over functioneren. Een functieprofiel beschrijft de functie, niet de persoon. Niet het hoogste niveau “voor de zekerheid” — de combinatie van alle RA’s samen bepaalt de schaal. Te hoog is net zo onjuist als te laag.

Module voltooid

Je begrijpt de berekening

Je weet nu hoe de 6 factoren werken, wat ze meten en hoe een niveaukeuze de schaal beïnvloedt.

Wat heb je geleerd?

De schaal volgt uit factorscores van alle RA’s samen

3 tot 6 RA’s, elk met een niveau — de totaalscore bepaalt de schaal.

5 inhoudelijke factoren + scope

K · A · P · C · I lopen van 0–5. Scope loopt van 0–10.

Je voert geen scores in — je kiest een niveau

De factorscores per niveau liggen vast. Jij kiest, Functio rekent.

Één niveauwijziging kan de schaal verschuiven

Kies altijd het niveau dat past bij hoe de functie écht werkt.

Volgende stap: Module 5

Functies aanmaken en RA’s aanpassen — stap voor stap een functieprofiel opbouwen in Functio.